Energielabel A t/m G uitgelegd
Wat de letters betekenen, hoe de klasse wordt bepaald en wat een labelsprong u oplevert.

Het energielabel laat in één oogopslag zien hoe energiezuinig een woning is. De schaal loopt van A (zeer zuinig) tot G (zeer onzuinig). Sinds 2021 kunnen heel zuinige woningen zelfs een label tot A+++++ krijgen. In dit artikel leest u wat de klassen betekenen en hoe u een stap omhoog zet.
Wat betekenen de klassen?
De labelklasse zegt iets over de berekende energieprestatie per vierkante meter per jaar. Globaal:
- A (en hoger, t/m A+++++) — zeer energiezuinig, lage energiekosten. Vaak goed geïsoleerd, met efficiënte installaties en soms zonnepanelen.
- B en C — redelijk tot goed; veel jaren-90- en nieuwere woningen zitten hier.
- D en E — gemiddeld tot matig; meestal valt hier nog flinke winst te halen met isolatie.
- F en G — onzuinig; vaak oudere, slecht geïsoleerde woningen met hoge stookkosten.
Hoe wordt de klasse bepaald?
De klasse rolt uit een berekening volgens de norm NTA 8800, op basis van een opname ter plaatse (volgens ISSO 82.1). De adviseur legt onder meer vast: de isolatie van dak, gevel, vloer en ramen, het type verwarming en ventilatie, en eventuele zonnepanelen. Daar komt een energieprestatie uit, die wordt vertaald naar een labelklasse en geregistreerd in EP-online.
Wat levert een labelsprong op?
- Lagere energiekosten — een zuiniger huis stookt goedkoper.
- Hogere woningwaarde en aantrekkelijker bij verkoop of verhuur.
- Meer WWS-punten — een beter label telt mee in de puntentelling en dus in de maximale huur.
- Comfort — minder tocht en koude vloeren.
Van een laag naar een hoog label
De meest effectieve maatregelen zijn meestal: isolatie (dak, vloer, spouwmuur), HR++- of triple glas, een efficiëntere verwarming (bijvoorbeeld een warmtepomp) en zonnepanelen. Welke combinatie voor uw woning het meeste oplevert, hangt af van de huidige situatie — daar is een gericht verbeteradvies voor.
Veelgestelde vragen
De schaal loopt van A (zeer zuinig, lage energiekosten) tot G (zeer onzuinig, hoge stookkosten). B en C zijn redelijk tot goed, D en E gemiddeld tot matig. Zeer zuinige woningen kunnen sinds 2021 zelfs een label tot A+++++ krijgen.
De klasse volgt uit een berekening volgens de norm NTA 8800, op basis van een opname ter plaatse (ISSO 82.1). De adviseur legt onder meer de isolatie, het type verwarming en ventilatie en eventuele zonnepanelen vast; de uitkomst wordt geregistreerd in EP-online.
Lagere energiekosten, een hogere woningwaarde, meer WWS-punten (en dus een hogere maximale huur) en meer comfort.
Meestal isolatie (dak, vloer, spouwmuur), HR++- of triple glas, een efficiëntere verwarming zoals een warmtepomp, en zonnepanelen. Welke combinatie het meeste oplevert, hangt af van de huidige situatie van de woning.
Ja. Isolatie, glas, verwarming en ventilatie maken samen het verschil, dus twee even grote woningen kunnen sterk verschillen in labelklasse.
Benieuwd naar het label van uw woning?
Ik verzorg een officieel energielabel en kan u meteen een praktisch verbeteradvies geven voor een hogere klasse.
Vraag uw energielabel aan